Weer thuis
En alsof alle zorgen verdwenen zijn, ben ik inmiddels weer thuis. In een recordtijd heb ik het ziekenhuis verlaten.
De operatie van afgelopen maandag was een succes te noemen. Vooraf waren we angstig dat er wellicht meerdere uitzaaiingen aangetroffen zouden worden. Gelukkig was dat niet het geval. De linkerlong met 4 uitzaaiingen is “schoongemaakt”.
Nadere inspectie leerde dat er geen zichtbare tumoren zaten. Dat gaf zo een enorme rust alsof het lijkt dat alle onzekerheid verdwenen is. Mede door de bijzonder aardige en vriendelijke longartsen die mij hebben geholpen keerder het vertrouwen terug. De onzekerheid is er wel degelijk nog wel. Nu is de rechterlong nog aan de beurt waar een zelfde scenario voor geldt. Maar we gaan er nu van uit dat het blijft bij de drie gevonden plekjes op de rechterlong en dat deze, net zoals op links, gunstig te verwijderen zijn.
Nadat ik afgelopen maandag rond het middaguur bijkwam op de mediumcare afdeling van het AMC voelde ik me redelijk goed. Ik kan me niet meer precies herinneren hoe het verder verliep maar ik weet nog wel dat ik direct vroeg of ze Priscilla en mijn ouders even wilde roepen. Toen die bij mij kwamen waren zij het die het goede nieuws over de positief verlopen operatie vertelden. Waarschijnlijk heb ik de longchirurg wel gesproken na afloop van de operatie maar dat is een zwart gat geworden. Doordat ik een heftige narcose had gekregen verliep de rest van de maandag vooral versuft en slaperig. Wanneer ik wakker was, was ik helder en goed bij. Dit werd opgemerkt waardoor ik ’s avonds rond de klok van 22.00 uur terug kon naar de afdeling. Normaal had ik moeten overnachten op de mediumcare. Maar men had wel door dat ik beter af was op de afdeling dan tussen alle andere, net geopereerde patiënten te liggen. Ik zag ze die hun bed uit wilden stappen nadat ze net een hersenoperatie hadden gehad, ik zag ze die in tranen uitbarsten en ik zag ze die van schrik stokstijf bleven liggen. En daar lag ik dan tussen. Een beetje dollend met iedereen. Ik lag in een apart kamertje met glazen muren en een brede open deur. Daardoor kon ik via het luxaflex naar de gang van het AMC kijken. Gelukkig had iedereen dat door zodat we, terwijl ik daar lag bij te komen, zo af en toe contact konden hebben. Behalve die meneer die voor dat raam lag. Want die zwaaide iedere keer vriendelijk terug als ik even een teken door het raam gaf aan iedereen die zich daarachter ophield.
Vanaf maandag gingen de dagen behoorlijk snel voorbij. De nachten waren iets langer. Want overdag viel ik regelmatig in slaap. De pijnen werden goed bestreden met een epiduraal dat via mijn rug naar mijn ruggengraat liep. Hierdoor werden de zenuwen direct met morfine stilgelegd en voelde ik nauwelijks dat er een snee van zo’n 10cm onder mijn oksel zit en dat mijn spieren en ribben uit elkaar zijn geduwd. Gisteren zijn alle infusen en slangen uit mijn lichaam verwijderd. Hierdoor kon ik wat makkelijker bewegen en zelfs weer wat lopen. Het lopen was op zichzelf niet echt prettig. Naast het krachtverlies van de afgelopen dagen is mijn linkerkant behoorlijk stijf en gevoelig. Dat zal langzaam minder worden. Maar nu realiseer ik mij hoeveel handelingen en bewegingen je dagelijks maakt waarbij borst en rompspieren worden gebruikt. Zelf naar het toilet gaan is iedere keer een uitdaging. Wanneer ik terugkijk gaat mijn uithoudingsvermogen en kracht al weer met sprongen vooruit. Woensdag kon ik net 5 minuten op de rand van mijn bed zitten. Vandaag ben ik de gehele ochtend uit bed geweest totdat ik naar huis mocht. De hitte hindert me nu. Het ademhalen wordt ietwat bemoeilijkt door het drukkende en benauwde weer.
Aanstaande donderdag meld ik mij op nieuw in het AMC voor controle. Wellicht ben ik dan al dusdanig hersteld dat we al een nieuwe operatiedatum kunnen plannen. Dat is voor nu nog even afwachten. De komende dagen zal ik rustig aan moeten doen. Of ik nu wil of niet.